Logo Leids Universiteits Fonds

nl en

Gehonoreerde aanvragen

Op deze pagina vindt u samenvattingen van projecten en activiteiten die voorheen zijn goedgekeurd door het IAAF, om u zo een beeld te geven waaraan het IAAF in recente jaren heeft bijgedragen.

Publicaties

Dit boek en deze voorstelling bestaan uit meer dan 100 van de mooiste werken van gerenommeerde Japanse kunstenaars uit de hoogtijdagen van de Japanse boekdrukkunst (1765-1865) in een uitgebreid overzicht van de klassieke prentkunstthema's: helden, schoonheden, acteurs en erotische kunst. De houtsneden vormen gelaagde raadsels met subtiele iconografie en symboliek die verwijzen naar verhalen uit de Japanse geschiedenis, literatuur, mythologie, mode, folklore en geruchten uit het dagelijkse leven in de Edo-periode. Sommige werken omvatten geheime advertenties of het omzeilen van de censuurwetten. 

De voorstelling is gemaakt in samenwerking met Masterstudenten van de Universiteit Leiden en was te aanschouwen in het Sieboldhuis van januari tot en met april 2023, en het gelijknamige boek is uitgebracht in februari 2023. IAAF heeft een bijdrage geleverd voor het drukken van het boek.

In 'The Deshima Diaries, 1641-1660 - The Dagregisters Kept by the Chiefs of the Dutch East India Company Factory in Nagasaki, Japan' kunt u lezen over hoe de Nederlandse kooplieden worstelden met de strenge beperkingen die hen werden opgelegd, maar het bevat ook geschriften die een verrassend licht werpen op het sociale en economische leven in Nagasaki en daarbuiten.

De Ailion Foundation heeft financiële steun verleend voor zowel de reguliere als Open Access publicatie van het boek. Deze bijdrage heeft bijgedragen aan de wijdverspreide verspreiding van waardevolle kennis en inzichten.

De Universitaire Bibliotheken van Leiden zijn in het proces van het ontsluiten van de nog niet eerder gepubliceerde dagboeken en brieven van het opperhoofd van Deshima, het eiland waar Nederland handelde met Japan ten tijde van de Edo periode (1603-1868). Johan Wilhem de Stürler maakte met Philipp Franz Von Siebold de Nederlandse hof reis naar Edo (hedendaags Tokio) van 1826. Deze dagboeken en brieven dienen als bron met betrekking tot de handel en wandel van Nederland en Japan ten tijde van de Edo periode. Voor dit project heeft de Ailion Foundation bijgedragen aan de eerste fase van het transcriberen, inventariseren en overdragen van de dagboeken en brieven aan de Universitaire Bibliotheken van Leiden.

Congressen, symposia, en culturele evenementen

In de Japan-zaal van het Museum Volkenkunde is sinds het najaar van 2021 een kamerscherm van de Japanse kunstenaar Kawahara Keiga te bewonderen. Het kamerscherm brengt het eiland Deshima in de baai van Nagasaki duidelijk in beeld en verbindt de objecten van de Japancollectie met elkaar. Om het kamerscherm en de bijzondere collectie toegankelijk te maken voor een zo groot mogelijk publiek heeft het museum met steun van IAAF een applicatie ontwikkeld. Deze app maakt gebruik van augmented reality waardoor bezoekers zowel in het museum als vanuit huis extra dichtbij het kamerscherm kunnen komen. Er wordt hiervoor gebruik gemaakt van tekst, gesproken woord, videomateriaal, foto’s van gerelateerde objecten en 3D scans, die de gebruiker zelf kan ronddraaien, om zo een volledige ervaring op afstand te creëren. Meer informatie over de Deshima Experience is hier te vinden.

Yokoo’s Wereld is een nog te verschijnen documentaire over de Japanse kunstenaar Tadanori Yokoo van filmmaker Koert Davidse. Hierin wordt onderzocht of er een verband is tussen de poster die de Japanse kunstenaar op 29-jarige leeftijd ontwierp (en hem wereldberoemd maakte) en het meest recente schilderij dat hij onlangs maakte op 84-jarige leeftijd. Het is minder bekend in het Westen dat de kunstenaar vanaf de jaren tachtig is gaan schilderen. Deze documentaire tracht deze hiaat in de kennis over deze Japanse kunstenaar te ondervangen. De opnames voor de documentaire staan gepland voor begin 2022. Meer informatie over Koert Davidse en de documentaire is hier te vinden.

Nishukan is een uitwisselingsproject voor Nederlandse middelbare scholieren waarbij zij zich verdiepen in de Japanse cultuur, geschiedenis en literatuur met als doel bevordering van de culturele betrekkingen tussen Nederland en Japan. Dit wordt gedaan aan de hand van een uitwisseling van zestien leerlingen van het Corderius College in Amersfoort naar Japanse gastgezinnen in Tokio. Ter voorbereiding volgen de deelnemers lezingen over Japanse literatuur, de historische band tussen Nederland en Japan en maken ze kennis met de Japanse taal.  

Om Japanse kunst meer in de bekendheid te krijgen organiseerde Universiteit Leiden het artist-in-residence programma. Voor dit programma kwamen er verschillende kunstenaars met een specialisatie in Japanse kunst naar Leiden om workshops te geven. Deze stonden open voor Bachelor en Master studenten van Universiteit Leiden, en studenten van de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. In de workshops leerden studenten de techniek van de desbetreffende kunstenaar en maakten zij kunstwerken in die stijl. De uiteindelijke kunstwerken van participerende studenten zijn tentoongesteld in een tentoonstelling in de East Asia Library van Universiteit Leiden. 

Onderzoeksprojecten

Wanneer een persoon overlijdt, is het al sinds de oudheid een wereldwijd gebruik om een begrafenis te houden om voor de doden te bidden door familieleden en vrienden. In Japan is het gebruikelijk om boeddhistische priesters uit te nodigen om begrafenisrituelen uit te voeren. Deze presentatie van PhD Kandidaat Suzuki bespreekt de algemene kenmerken van de boeddhistische kijk op leven en dood in vergelijking met andere religies zoals het christendom en het hindoeïsme, evenals de moderne opvattingen over leven en dood. Ook wordt ingegaan op de kenmerken en betekenissen van de begrafenisrituelen en opvattingen over leven en dood in de Shingon-traditie. Begrafenisrituelen in het Shingon-boeddhisme worden gedemonstreerd en aan het einde van de lezing zullen ook sūtra's en shōmyō, die eigenlijk bij begrafenissen worden gezongen, worden gedemonstreerd.

Dit gezamenlijke digitale onderzoeksproject van Yale en Leiden richt zich op een uniek vroeg achttiende-eeuws Japans manuscript dat in 2017 is verworven door de Beinecke Rare Books Library van Yale (werktitel: Shudō tsuya monogatari). Het anonieme werk speelt zich af in 1714 in het noordoosten van Japan en beschrijft een liefdesrelatie tussen samurai van hetzelfde geslacht die een tragische wending neemt. Het resultaat van dit project is vanaf begin 2024 te zien op de eigen webpagina.

Promotieonderzoek

Mijn project, Tracing Shumi: Politics and Aesthetics in Modern Japanese Literary Discourse and Fiction, traceert het concept shumi (趣味) in het literaire landschap van laat 19e en vroeg 20e eeuws Japan. Het woord shumi werd in de jaren 1880 geïntroduceerd als een vertaalwoord voor het begrip 'smaak'. Mijn project laat echter zien hoe het woord meer was dan alleen een vertaling van een idee. In plaats daarvan laat ik zien hoe shumi werd gebruikt om de manier waarop mensen zich behoorden te gedragen, te voelen, en te consumeren retorisch in te kaderen en welke actoren en instituties van dergelijke discursieve kaders profiteerden. Tegelijkertijd betoogt deze dissertatie dat de taal van shumi ook de ideologische structuren ondermijnde die ze juist trachtte te bewerkstelligen. Tracing Shumi werpt licht op hoe moderniteit zich ontvouwt op het snijvlak van politiek en esthetiek, voorbij een beperkte verbeelding van politiek alleen in termen van macht en van esthetiek alleen in termen van schoonheid, op een specifiek moment in de Japanse geschiedenis.

Dit promotieproject richtte zich oorspronkelijk op de representatiegeschiedenis van de twaalfde-eeuwse generaal Minamoto no Yoshitsune. De ontdekking dat niet alleen Yoshitsune, maar ook andere krijgers vaak in vroegmoderne geïllustreerde boekjes voor kinderen verschenen, en hun avonturen een grote inspiratiebron waren voor pionierende schrijvers van jeugdliteratuur uit de Meiji periode (1868-1912), leidde tot nieuwe, uitdagende onderzoeksvragen. Wat was de functie van een nieuw literair genre voor kinderen in moderniserend Japan, en wat was zo aantrekkelijk aan het herschrijven en visualiseren van krijgerslegenden voor deze groep? Het vasthouden aan moderne westerse definities van kinder- en jeugdliteratuur heeft ervoor gezorgd dat zowel Japanse boeken voor kinderen van vóór de moderne tijd, als het discours over kinderliteratuur tijdens de Meiji periode nauwelijks aandacht heeft gekregen. Het proefschrift dat voortkwam uit het onderzoek laat zien hoe in de late negentiende eeuw schrijvers en uitgevers kinderliteratuur ontdekten als een legitieme en effectieve methode om ideeën over burgerschap te verspreiden die verschilden van die van het ministerie van educatie. Auteurs vormden historische figuren, doorgaans nationale helden, naar hun eigen idee van de ideale jonge burger. Het strijdlustigst was wel de auteur Iwaya Sazanami (1870–1933), die in de wilde avonturen van de (jonge) Yoshitsune en andere krijgers een remedie vond tegen de vermeende timiditeit van Japanse jongens, wat veroorzaakt zou zijn door strenge onderwijzers en ouders. Daarnaast was kinderliteratuur een geschikt genre voor het navertellen en visualiseren van populaire plots en iconografieën uit de Edo periode die in het nieuwe literaire landschap aan betekenis dreigden te verliezen.

Van 1868 tot en met 1942 breidde het Japanse keizerrijk zich gestaag uit door de opeenvolgende imperialistische inlijving van vele buurlanden. Het Japans imperialisme kenmerkte zich door de bestaande spanning tussen de assimilatie gedreven retoriek, beleid en handelingen van het rijk en haar onderdanen enerzijds en de discriminerende elementen van diezelfde aspecten anderzijds. In dit project buig ik mij over de vraag hoe, binnen deze context, zowel de lokale als de gemigreerde jeugd in de koloniën gemobiliseerd werden voor het keizerrijk en waarom er soms sterke verschillen waren tussen deze mobilisaties. Dit project onderscheidt zich door de focus te leggen op een vergelijking tussen twee gebieden in het Japanse koloniale keizerrijk, Karafuto (zuid Sakhalin) en de Nan’yō Guntō (Micronesië), die binnen het talrijke corpus aan onderzoek over Japans kolonialisme en imperialisme onderbelicht zijn. Door mij te richten op formeel en informeel onderwijs middels een analyse van een breed spectrum aan primaire bronnen formuleer ik een antwoord op de bovenstaande vraag en bied ik nieuwe perspectieven op verscheidene gedaantes van het Japans imperialisme, de verschillende wijzen van en motivaties voor de mobilisatie van jeugd in de vroege 20e eeuw en de spanning tussen sociale- en geografische mobiliteit en lokale gebondenheid in moderne naties en rijken.

Deze website maakt gebruik van cookies.