Koester de democratie
Coronamaatregelen die tegen grondrechten ingaan, asielwetsvoorstellen die mensenrechten schenden en opheffen van het toetsingsverbod (artikel 120): de Grondwet lijkt de afgelopen jaren onder druk te staan. Hoogleraar Staats- en bestuursrecht Wim Voermans wilde daarom weten hoe politici en burgers zich verhouden tot de Grondwet. En dat kon vier jaar lang onderzocht worden dankzij een bijdrage aan het LUF van het Gieskes-Strijbis Fonds.
Van alle Nederlanders vindt 89 procent de Grondwet belangrijk, zo onderzocht het ministerie van Binnenlandse Zaken in 2008, maar bijna driekwart van de mensen (72 procent) zegt geen idee te hebben van de inhoud. Toch kwamen tijdens de coronapandemie veel mensen in opstand tegen maatregelen als de avondklok en het coronatoegangsbewijs, omdat die ongrondwettelijk zouden zijn. ‘Op school hebben Nederlanders nooit les gehad over de Grondwet’, zegt hoogleraar Wim Voermans over het document dat in 1814 voor het eerst is opgesteld. ‘Waarom roept het dan toch zoveel emotie op?’
‘Op school hebben Nederlanders nooit les gehad over de Grondwet’
Al eerder dook Voermans in de geschiedenis van de Grondwet, waar hij het boek Het verhaal van de grondwet over schreef, maar nu wilde hij dieper ingaan op de beleving ervan. Zijn plan bestond uit drie delen: onderzoek naar kennis over de Grondwet bij politici en burgers; de vergelijking van die beleving met de Verenigde Staten; en promotieonderzoek door Jelle But naar de internalisering van de Grondwet. Samen met het LUF klopte hij aan bij het Gieskes-Strijbis Fonds. ‘Het is een lastig onderwerp’, zegt Voermans, ‘maar zij waren enthousiast over ons plan en durfden het aan.’
Onterecht gemopper
Inmiddels is het onderzoek afgerond en moet Voermans concluderen dat politici de Grondwet niet zomaar te grabbel gooien. ‘In Nederland mag de rechter wetten niet toetsen aan de Grondwet, dat doet het parlement’, zegt Voermans. Dit toetsingsverbod, vastgelegd in artikel 120 van de Grondwet, wil het huidige kabinet veranderen. Nederland is een van de weinige landen met dit systeem en rechters zouden volgens sommigen beter in staat zijn om die beoordeling te doen.
‘Ondanks al het gemopper blijkt het in Nederland toch goed te gaan, omdat de Raad van State over ieder wetsvoorstel advies geeft’, legt Voermans uit. ‘Die instantie bekijkt onder meer of wetsvoorstellen tegen de Grondwet of andere internationale verdragen ingaan. Dat was bijvoorbeeld het geval bij het advies over de Asielnoodmaatregelenwet uit 2025, waar de Tweede Kamer toch voor stemde. Maar zoiets gebeurt bijna nooit: in slechts een promille van de gevallen wijkt het parlement van het advies van de Raad van State af.’
Het Gieskes-Strijbis Fonds ziet de democratische rechtsstaat als het fundament van onze samenleving. ‘Dat fundament vraagt om voortdurend onderhoud’, zegt programmamanager Lieke van ’t Veer. ‘Leven in een democratie en rechtsstaat is immers niet vanzelfsprekend: verschillende ontwikkelingen kunnen de democratische rechtstaat onder druk zetten, met directe gevolgen voor het welzijn en geluk van burgers.
Tegelijkertijd bestaat de democratische rechtsstaat niet alleen op papier of in theorie, maar leeft deze in de praktijk. Het denken en handelen van burgers geven de rechtsstraat vorm. Dit onderzoeksproject richt zich juist op dat levende karakter: hoe wordt de Grondwet, als blauwdruk van onze democratische rechtsstaat, begrepen en uitgedragen?’
Al sinds de oprichting zet het Gieskes-Strijbis Fonds zich actief in voor dit thema. ‘Wij vinden de democratie en de Grondwet van groot belang’, aldus Van ’t Veer. ‘Door beter te begrijpen hoe de Grondwet leeft in de samenleving, ontstaat ook meer inzicht in waar versterking nodig is. Onze democratie is iets om te koesteren, te onderhouden en blijvend te versterken.’
Daarnaast bleken Nederlandse burgers – zo liet het door het Gieskes-Strijbis Fonds gefinancierde onderzoek zien – wel degelijk aardig op de hoogte te zijn van de inhoud van de Grondwet. ‘De meeste mensen hebben de Grondwet niet zelf gelezen’, legt Voermans uit. ‘Maar als je ze een onderwerp voorlegt, bijvoorbeeld ‘discriminatie is verboden’ of ‘je moet altijd terecht kunnen bij een onafhankelijke rechter’, dan weten de meeste mensen – ongeacht opleiding of achtergrond – of dat wel of niet in de Grondwet staat.’ Voermans vergelijkt het met verkeersregels. ‘Automobilisten kennen de meeste regels en de betekenis van borden, maar hebben geen idee in welk wetsartikel dat beschreven staat.’
Je zou misschien verwachten dat mensen in de Verenigde Staten hun grondwet beter kennen, omdat hun grondwet uit 1789 de oudste nog geldende grondwet is. Maar niets is minder waar, zoals blijkt uit de jaarlijkse onderzoeken die daar op Constitution Day naar worden gedaan. ‘Tijdens een toespraak van Donald Trump in 2016 kreeg hij veel gejuich toen hij zei artikel twaalf met zijn leven te verdedigen, maar de Amerikaanse grondwet heeft maar zeven artikelen.’
Prettige samenwerking
Met een goed gevoel kijkt Voermans terug op de totstandkoming van het onderzoek en ook op de samenwerking met het Gieskes-Strijbis Fonds. ‘Zonder hen hadden we dit innovatieve onderzoek niet kunnen doen’, zegt hij. ‘We kregen alle ruimte van hen, en omdat de mensen van het fonds zelf ook met goede ideeën kwamen, hebben we ze af en toe opgezocht om erover te praten. In al die jaren dat ik gefinancierd onderzoek heb gedaan, was dit de meest prettige ervaring ooit.’
Het LUF ontvangt met regelmaat schenkingen van stichtingen en vermogensfondsen. Wilt u als fonds bijdragen aan een betere toekomst door te investeren in wetenschappelijke expertise en vernieuwend onderzoek? Samen verkennen we graag hoe uw steun het verschil kan maken. Voor meer informatie en advies kunt u terecht bij Madelon Rolleman via m.e.rolleman@luf.leidenuniv.nl of 06 342 788 41.
Dit artikel verscheen eerder in het LUF Magazine.
